Eiseres heeft een verzoek ingediend bij de Dienst Toeslagen voor aanvullende compensatie van werkelijk geleden schade. Na het uitblijven van een besluit heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder ondanks ingebrekestelling niet heeft beslist.
De rechtbank stelt op grond van artikel 8:55d Awb een dwangsom vast van € 100 per dag met een maximum van € 15.000, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en proceskosten. De rechtbank wijst erop dat vanwege de omvang van de hersteloperatie toeslagen sprake is van een bijzonder geval, waardoor een termijn van twaalf weken geldt voor besluitvorming.
Verweerder wordt opgedragen binnen zeven weken na verzending van het vonnis een besluit te nemen over de aanvullende compensatie. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een zitting en behandelt de zaak schriftelijk. Het vonnis is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen.