Eiseres heeft bij de Dienst Toeslagen een verzoek ingediend voor aanvullende compensatie van de werkelijk geleden schade in het kader van de toeslagenaffaire. Nadat verweerder niet tijdig heeft beslist op dit verzoek, heeft eiseres beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld. Verweerder heeft niet binnen de gestelde termijn een besluit genomen, waardoor het beroep gegrond wordt verklaard. De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en de proceskosten, vastgesteld op € 453,50. Vanwege de omvang van de hersteloperatie toeslagen wordt verweerder opgedragen binnen zeven weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen over de aanvullende compensatie.