Eiseres heeft bij de Belastingdienst een verzoek ingediend voor aanvullende compensatie voor de werkelijk geleden schade in het kader van de toeslagenaffaire. Nadat de Belastingdienst niet tijdig heeft beslist op dit verzoek, heeft eiseres beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat de Belastingdienst sinds ingebrekestelling niet heeft beslist. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt de Belastingdienst op binnen zeven weken na verzending van het vonnis een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor iedere dag dat de termijn wordt overschreden. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De rechtbank motiveert dat de zaak van licht gewicht is en dat een zitting niet nodig is.