Eiser heeft bij de Dienst Toeslagen een verzoek ingediend voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist, stelde eiser beroep in wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder sinds ingebrekestelling niet heeft beslist. De rechtbank stelt een dwangsom van €100 per dag vast, met een maximum van €15.000, en bevestigt dat verweerder reeds een dwangsombeslissing van €1.442 heeft genomen.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiser. Verweerder wordt opgedragen binnen zeven weken na verzending van het vonnis een besluit te nemen over de aanvullende compensatie. De rechtbank ziet geen aanleiding tot een zitting en wijst op de mogelijkheid tot verzet tegen deze uitspraak.