Eiser heeft een verzoek ingediend bij de minister van Financiën tot overname van niet-zakelijke private schulden via Sociale Banken Nederland (SBN). De minister moest binnen zes maanden een besluit nemen, uiterlijk op 14 en 16 november 2024. Dit is niet gebeurd, waarna eiser de minister op 18 november 2024 in gebreke stelde.
De minister heeft de beslistermijn pas op 27 november 2024 met zes maanden verlengd, nadat de oorspronkelijke termijn was verstreken. Er is geen besluit genomen na de ingebrekestelling. Eiser vordert daarom vaststelling van de verbeurde dwangsom en vergoeding van het betaalde griffierecht.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is vanwege de overschrijding van de beslistermijn. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-. De minister wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding, maximaal € 15.000,-. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.
De uitspraak is gedaan door rechter L.A.C. van Nifterick op 24 april 2025 en is openbaar. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.