ECLI:NL:RBROT:2025:7831
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen nadere beslistermijn en dwangsom in hersteloperatie toeslagen ongegrond verklaard
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzet van opposante tegen de uitspraak waarin drie beroepen wegens niet tijdig beslissen op bezwaren in het kader van de hersteloperatie toeslagen gegrond waren verklaard. Opposante betoogde dat de rechtbank een te lange beslistermijn had gegeven en dat de dwangsom van €50 per dag onvoldoende prikkel zou vormen voor tijdige besluitvorming.
De rechtbank oordeelde dat zij zonder zitting mocht beslissen omdat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond. De hoogte van de dwangsom is een discretionaire bevoegdheid van de rechter en is in lijn met eerdere uitspraken van een meervoudige kamer. De rechtbank concludeerde dat het verzet feitelijk een verkapt hoger beroep betrof, waarvoor de verzetprocedure niet is bedoeld.
De rechtbank nam geen nieuwe ontwikkelingen mee die na de eerdere uitspraak waren verschenen, zoals een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 26 maart 2025, omdat deze niet aantoonde dat een zitting noodzakelijk was. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de eerdere uitspraak in stand bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de nadere beslistermijn en dwangsom wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.