ECLI:NL:RBROT:2025:8347
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
UWV heeft terecht geoordeeld dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden na baanwisseling zonder reëel vooruitzicht
Eiser had een dienstverband voor onbepaalde tijd bij werkgever A, dat hij op eigen verzoek per 1 maart 2023 beëindigde. Hij trad op die datum in dienst bij werkgever B, maar dit dienstverband eindigde direct in de proeftijd vanwege het ontbreken van benodigde vergunningen voor het project. Het UWV weigerde de WW-uitkering te betalen omdat er geen reëel vooruitzicht was op een dienstverband van ten minste 26 weken bij werkgever B.
De rechtbank stelt vast dat eiser als algemeen directeur en medeoprichter van werkgever B op de hoogte had kunnen zijn van de vergunningproblemen en dat het starten per 1 maart 2023 niet haalbaar was. Hoewel eiser hoopte te kunnen starten, was er geen reëel vooruitzicht op voortzetting van het dienstverband in een vergelijkbare omvang.
Omdat eiser zijn vaste dienstverband vrijwillig beëindigde terwijl voortzetting redelijkerwijs van hem verwacht mocht worden, is voldaan aan de criteria van verwijtbare werkloosheid volgens artikel 24 van Pro de WW. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het UWV terecht de uitkering heeft geweigerd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de WW-uitkering geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.