ECLI:NL:RBROT:2025:8807
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens twijfel aan identiteit en nationaliteit
Eiseres heeft op 17 januari 2022 een verzoek tot naturalisatie ingediend, dat door de staatssecretaris is afgewezen vanwege twijfel over haar identiteit en nationaliteit. Deze twijfel was gebaseerd op een taalanalyse uit 2006 en een verklaring van de Soedanese ambassade, die de door eiseres opgegeven Soedanese herkomst niet konden bevestigen.
Eiseres voerde aan dat de taalanalyse niet betrouwbaar was omdat zij de laatste periode van haar moeders leven in Oeganda verbleef en dat de taalanalist niet als deskundige kon worden beschouwd. Ook stelde zij dat zij onterecht niet in de bezwaarprocedure is gehoord. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris het taalanalyserapport terecht als deskundigenadvies heeft betrokken en dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat de twijfel is weggenomen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres geen geldig paspoort of geboorteakte heeft overgelegd en dat het overgelegde ‘Age Assessment Certificate’ waarschijnlijk niet authentiek is. Ook was er geen bewijsnood aangetoond. De staatssecretaris mocht het bezwaar zonder hoorzitting ongegrond verklaren omdat er geen nieuwe feiten waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiseres geen Nederlander wordt en geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.