In deze zaak vordert verzoekster loonbetaling van verweerster over de periode van oktober 2024 tot april 2025, vermeerderd met wettelijke verhoging. Verweerster weigerde contactgegevens van potentiële getuigen te verstrekken, wat de kantonrechter onterecht achtte. Hierdoor wordt verzoekster grotendeels in het gelijk gesteld zonder nader bewijs.
De kantonrechter oordeelt dat het belang van waarheidsvinding zwaarder weegt dan de bescherming van persoonsgegevens, aangezien verweerster geen gegronde vrees voor intimidatie heeft onderbouwd. De verzoeken tot loonbetaling en wettelijke verhoging worden toegewezen, terwijl het verzoek tot vernietiging van het ontslag niet-ontvankelijk wordt verklaard omdat er geen sprake is van ontslag.
Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst over betaling van loon en emolumenten. De kantonrechter matigt de wettelijke verhoging deels en veroordeelt verweerster tot betaling van het loon, wettelijke verhoging en rente. Tevens worden de proceskosten aan verweerster opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.