De werkneemster, sinds 2002 in dienst bij WSS met een onderbreking in 2023, werd op 16 oktober 2025 op staande voet ontslagen wegens meerdere dringende redenen, waaronder het zonder zakelijke reden inzien van dossiers van cliënten buiten haar kernteam, het geven van onjuiste toegangsredenen, het niet melden van persoonlijke betrokkenheid, en het onzorgvuldig gebruik van ICT-middelen.
Hoewel de werkneemster zich neerlegt bij het ontslag, vordert zij betaling van een transitievergoeding, een billijke vergoeding en een vergoeding voor onregelmatige opzegging. De werkgever verzoekt onder meer om een verklaring dat de werkneemster geen bedrijfsinformatie meer bezit en om correctie van LinkedIn-profielen.
De kantonrechter stelt vast dat de werkneemster zonder zakelijke reden in dossiers van twee pupillen heeft gekeken, mede ingegeven door persoonlijke omstandigheden zoals bedreiging en conflicten met deze pupillen. Ondanks het onrechtmatig handelen, is het ontslag op staande voet te vergaand gelet op de omstandigheden, waaronder haar goede staat van dienst en de persoonlijke situatie.
De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling van een transitievergoeding van €5.425,19, een billijke vergoeding van €10.000,00 en een vergoeding voor onregelmatige opzegging van €11.657,97, tezamen €27.083,16 bruto, met wettelijke rente. Verzoeken om een verklaring en correctie van LinkedIn-profielen worden afgewezen. De werkgever wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.