Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op haar bezwaar tegen een besluit van 17 juli 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat na ingebrekestelling meer dan twee weken zijn verstreken zonder dat het UWV alsnog heeft beslist.
Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een bijzondere beslistermijn. De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen 30 weken na ontvangst van het beroep op 13 januari 2026 alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Eiseres verzocht ook om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de rechtbank wijst dit af omdat het beroep enkel ziet op het niet tijdig beslissen en nog geen inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden. De rechtbank wijst erop dat eiseres is vrijgesteld van griffierecht.