Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het UWV op haar aanvraag voor een herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank constateert dat het UWV door een structureel tekort aan verzekeringsartsen niet in staat is binnen de wettelijke termijnen te beslissen in zaken waar een medisch advies vereist is.
De rechtbank stelt daarom een nadere beslistermijn vast die afwijkt van de wettelijke termijn van twee weken na uitspraak. Voor nieuwe beroepen ntb geldt een termijn van 30 weken voor werknemersberoepen en 40 weken voor werkgeversberoepen, gerekend vanaf de ontvangst van het beroep door de rechtbank. Voor reeds aanhangige zaken geldt een kortere termijn van respectievelijk acht en achttien weken.
De rechtbank bepaalt een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- om het UWV te prikkelen binnen de gestelde termijn te beslissen. In deze zaak, waarin het beroep ntb reeds was ingediend, geldt de kortere termijn van acht weken. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak erkent de problematiek van het UWV en benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming zonder onrealistisch korte termijnen, terwijl het de rechtsbescherming van belanghebbenden waarborgt.