ECLI:NL:RBROT:2026:355
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.P. Heijne
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding bij zorgverlening in familierelatie
Eiseres heeft vanaf 2018 zorg verleend aan haar moeder op basis van een zorgovereenkomst gefinancierd uit een persoonsgebonden budget (pgb). Na het overlijden van haar moeder in augustus 2024 vroeg zij een WW-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen wegens het ontbreken van een gezagsverhouding en daarmee het ontbreken van een arbeidsovereenkomst.
Eiseres voerde aan dat er wel sprake was van een gezagsverhouding, onder meer omdat haar moeder en broer instructies gaven en het dagritme bepaalden. Ook stelde zij dat het ontvangen van loon geen vereiste is voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst en dat zij financieel afhankelijk was van de zorgvergoeding.
De rechtbank overwoog dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een gezagsverhouding bestond. De zorgovereenkomst bevatte geen concrete afspraken die kenmerkend zijn voor een arbeidsrelatie, zoals werktijden, ziekmelding of vervanging. Ook ontbraken stukken over controle en aanwijzingen. De 24-uurs beschikbaarheid van eiseres sluit een arbeidsovereenkomst niet uit, maar zij heeft niet aangetoond dat de betaalde zorgtaken in een arbeidsverhouding werden verricht.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de bewijslast voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst en daarom geen recht heeft op een WW-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af omdat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een gezagsverhouding en daarmee een arbeidsovereenkomst.