ECLI:NL:RBROT:2026:355
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.P. Heijne
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WW-uitkering wegens gebrek aan gezagsverhouding in zorgverlening aan familielid
In deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam op 20 januari 2026, wordt het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een WW-uitkering ongegrond verklaard. Eiseres verleende zorg aan haar moeder op basis van een persoonsgebonden budget (pgb) en stelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Het UWV had echter geoordeeld dat er geen gezagsverhouding bestond, wat essentieel is voor de kwalificatie als werknemer onder de Werkloosheidswet (WW). De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het bestaan van een gezagsverhouding. De rechtbank legt uit dat de enkele stelling van eiseres dat er een gezagsverhouding was, niet voldoende is. Eiseres had zorg verleend op basis van een zorgovereenkomst, maar de rechtbank concludeert dat de afspraken in deze overeenkomst niet de kenmerken van een arbeidsovereenkomst vertonen. Eiseres heeft niet aangetoond dat zij onder gezag van haar moeder werkte, en de rechtbank wijst op het ontbreken van concrete afspraken over werktijden, vakantiedagen en ziekmeldingen. De rechtbank concludeert dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst, en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen recht op een WW-uitkering en ontvangt geen vergoeding van proceskosten.