ECLI:NL:RBROT:2026:4445
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontheffing parkeren op trottoir gegrond gelet op verkeersveiligheid en doorstroming
De rechtbank Rotterdam behandelt het beroep van eiser tegen het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam inzake de afwijzing van een aanvraag voor een ontheffing om op het trottoir te parkeren.
In een eerdere tussenuitspraak was vastgesteld dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Het college heeft daarop een aanvullende motivering ingediend, waarin het belang van verkeersveiligheid, hinder voor voetgangers, belemmering van het zicht en ruimte voor hulpdiensten werd benadrukt.
Eiser voerde onder meer aan dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde en dat hij mocht vertrouwen op een gedoogconstructie met de wijkagent. De rechtbank oordeelt dat het college de gebreken heeft hersteld en dat het belang van verkeersveiligheid zwaarder weegt dan de belangen van eiser. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen toezegging van het bevoegde bestuursorgaan is aangetoond. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen in stand, waardoor de afwijzing van de ontheffing blijft gelden. Het college wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de afwijzing van de ontheffing blijft in stand.