ECLI:NL:RBROT:2026:5998
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Gegrond verzet en gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen door UWV
Deze uitspraak betreft het verzet van een belanghebbende tegen een eerdere niet-ontvankelijkverklaring van zijn beroep wegens niet tijdig beslissen door het UWV. De rechtbank oordeelt dat het verzet gegrond is omdat de belanghebbende niet in de gelegenheid was zijn standpunt op een zitting toe te lichten, waardoor de eerdere uitspraak vervalt.
Het eerste beroep wegens niet tijdig beslissen is prematuur ingesteld omdat de ingebrekestelling niet 14 dagen voor het instellen van het beroep door het UWV was ontvangen. Dit beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het tweede beroep is echter niet onredelijk laat ingesteld en slaagt, omdat het UWV nog steeds niet heeft beslist op het herzieningsverzoek.
De rechtbank draagt het UWV op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en stelt een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €15.000 in bij overschrijding van deze termijn. Tevens moet het UWV het griffierecht van €53 aan de belanghebbende vergoeden. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen het verzet, maar verzet tegen de beslissing op het beroep staat open.
Uitkomst: Het verzet is gegrond, het eerste beroep niet-ontvankelijk en het tweede beroep gegrond; het UWV moet binnen twee weken alsnog beslissen onder verbeurte van een dwangsom.