3.1.Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 5 augustus 2024 is opgemaakt door twee toezichthouders van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De toezichthouders schrijven in het rapport onder meer het volgende.
“
Historie:
Op 14 maart 2023 omstreeks 14.15 uur is mij, [toezichthouder 1] , gebleken dat met eenvervoermiddel van [eiseres] te [plaats] ingedikte kalvergier werdvervoerd waarbij de lading niet was afgedekt. Hiervoor is destijds een waarschuwingaangezegd. Een afschrift van de in verband hiermee op 29 maart 2023 aan [eiseres]verzonden waarschuwingsbrief is als bijlage 1 bij dit rapport gevoegd.
Bevinding(en):
Op 05 april 2024 ontvingen wij, [toezichthouder 1] en [toezichthouder 2] , via collega [naam] een melding datdoor de ons bekende [agent] van de politie Noord-Nederland, bij Emmen eenvrachtwagencombinatie van de [eiseres] was staande gehouden. Bijcontrole was door deze geconstateerd dat de lading vaste rundveemest, zijnde een dierlijkproduct, die met dit vervoermiddel werd vervoerd niet was afgedekt.[…]
De bedoelde vrachtwagencombinatie zou geparkeerd staan op de parkeerplaats bij Scania Emmen, gevestigd aan de Edisonstraat 2a te 7825GS Emmen.
Op 05 april 2024, omstreeks 10.57 uur, bevonden wij ons naar aanleiding van hetbovenstaande op genoemde parkeerplaats. Hier zagen wij een truck met aanhangwagen metde kentekens [kenteken] en [kenteken] , beiden voorzien van containerbakken, geparkeerdstaan. Wij zagen dat op de truck het opschrift " [eiseres] " was aangebracht.Kennelijk betrof het hier dus de door de politie staande gehouden vrachtwagencombinatie.
Bij controle van deze vrachtwagencombinatie heb ik, [toezichthouder 1] , gezien dat:
•
De twee hierop geplaatste containerbakken niet waren afgedekt.
•
In deze twee containerbakken kennelijk vaste, strorijke mest aanwezig was. Aan de geur,de kleur en de hoedanigheid hiervan heb ik vastgesteld dat het hier vaste rundveemest,zijnde een dierlijk product, betrof.
•
Vanuit de op de aanhangwagen geplaatste containerbak een bruine vloeistof, kennelijkmestvocht, lekte.
Hieruit bleek mij dat een dierlijk product (vaste rundveemest) werd vervoerd in 2 nietafgedekte en lekkende (1) recipiënten.[…]
Omdat de chauffeur van de genoemde vrachtwagencombinatie op dat moment niet terplekke aanwezig was bevonden wij ons op 5 april 2024 omstreeks 16.10 uur nogmaals opeerdergenoemde parkeerplaats. Hier sprak ik, [toezichthouder 1] , nadat ik mij door het tonen vanmijn legitimatiebewijs Toezichthouder in mijn naam en functie aan hem had bekendgemaakt, in de cabine van de truck met het kenteken [kenteken] met een persoon die mij desgevraagd opgaf te zijn:
[chauffeur][…]
Ik, [toezichthouder 1] , heb [chauffeur] van de door ons, [toezichthouder 1] en [toezichthouder 2] , geconstateerdeovertreding in kennis gesteld en hem verteld dat ik hem hieromtrent vragen wilde stellenwaarop hij niet verplicht was antwoord te geven. Hierop werd door hem het volgendeverklaard:
"Ik werk in loondienst bij [eiseres] te [plaats] . Deze vrachtwagencombinatie stond vanmorgen met andere containerbakken, met hierin ongeboren mest geladen bij [naam] in Apeldoorn, klaar voordat ik ermee ging rijden. De containerbakken heb ik om 06.15 uur gelost bij de vergister van [eiseres] in [plaats] . Daar heb ik deze containerbakken op de vrachtauto gezet waarna ik naar Dalfsen ben gereden. Daar heb ik bij [naam] deze vaste mest geladen. De opdracht hiervoor heb ik gekregen via [naam] , de planner van [eiseres] . De in Dalfsen geladen mest moest ik volgens de planning lossen in [plaats] . Als ik daar zou zijn zouden we wel verder kijken.
De lading heb ik na vertrek uit Dalfsen niet afgedekt omdat het op dat moment regende. Bovendien was er maar één afdekkleed op de auto aanwezig. De container op de aanhangwagen lekt waarschijnlijk omdat de spindel van de klep niet goed is aangedraaid. Ik zal deze straks beter vastdraaien
."
Ik, [toezichthouder 1] , heb [chauffeur] van de door hem begane overtreding in kennis gesteld en hemhiervoor een boeterapport aangezegd.
Door mij, [toezichthouder 1] , is [chauffeur] opgedragen de containers met mest alsnog af te dekkenen de spindel van de klep van de aanhangwagen vaster aan te draaien zodat lekkage vanmestvocht kon worden voorkomen. Hieraan is door deze later gevolg gegeven.
Op 16 april 2024 heb ik, [toezichthouder 1] , per emailbericht bestuurder [naam] vande besloten vennootschap genaamd: [eiseres] , gevestigd [adres] , van de door ons, [toezichthouder 1] en [toezichthouder 2] , geconstateerde overtredingen in kennis gesteld. In het genoemde emailbericht heb ik [bestuurder] , waarvan de personalia bij mij, [toezichthouder 1] , bekend zijn als: [bestuurder] , de gelegenheid gegeven een verklaring af te leggen omtrent de door ons geconstateerde overtredingen. Nadat ik hierop geen reactie had ontvangen heb ik op 29 april 2024 ter herinnering nogmaals een emailbericht gestuurd maar ook hierop werd door mij geen reactie ontvangen.”