ECLI:NL:RBROT:2026:8947
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als verzorgende IG, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij volgens de arbeidsdeskundige minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en beroep bleef het UWV bij dit oordeel. De rechtbank oordeelt dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen vanwege onjuiste functionele mogelijkhedenlijsten, maar dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat de Wet WIA dwingend voorschrijft dat een uitkering pas wordt toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van minimaal 35%. Eiseres betoogde dat deze systematiek oneerlijk is en in strijd met internationale normen, maar de rechtbank wijst dit af omdat de ILO-conventie niet van toepassing is en de wetgever deze systematiek heeft bepaald.
Medische en arbeidsdeskundige rapporten bevestigen dat eiseres ondanks haar klachten en beperkingen in staat is om passende functies te verrichten. De rechtbank vernietigt het besluit vanwege procedurele onzorgvuldigheden, maar handhaaft de rechtsgevolgen omdat het UWV het juiste percentage arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld. Het UWV moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onzorgvuldigheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de arbeidsongeschiktheid terecht onder de 35% is vastgesteld.