ECLI:NL:RBROT:2026:9013
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van woningsluiting voor drie maanden wegens drugsverkoop in Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam sloot de woning van eiser voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid soft- en harddrugs, wat een gevaar voor de openbare orde opleverde. Eiser voerde beroep aan tegen deze sluiting en stelde onder meer dat de drugs uitsluitend voor eigen gebruik waren en dat het besluit onzorgvuldig was bekendgemaakt.
De rechtbank oordeelde dat eiser procesbelang had en dat het primaire besluit niet tijdig aan zijn gemachtigde was bekendgemaakt, maar dat dit gebrek niet tot nadeel van eiser had geleid. De burgemeester was bevoegd tot sluiting op grond van de Opiumwet, omdat de aangetroffen hoeveelheden drugs de grens van gebruikershoeveelheden ruim overschreden en er aanwijzingen waren voor drugshandel vanuit de woning.
De rechtbank vond de sluiting noodzakelijk en evenwichtig, mede gelet op het belang van het tegengaan van drugscriminaliteit en het voorkomen van overlast in een kwetsbaar veiligheidsrisicogebied. De medische omstandigheden van eiser en zijn persoonlijke situatie wogen niet zwaarder dan het belang van de openbare orde. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de drie maanden durende woningsluiting wegens drugshandel en verklaart het beroep van eiser ongegrond.