Verzoekster werkte van 1 februari 2025 tot en met 31 augustus 2025 bij Labyrint Zorg B.V. Na het einde van haar arbeidsovereenkomst vorderde zij een transitievergoeding van € 482,37, die Labyrint aanvankelijk niet betaalde.
Labyrint stelde dat de vergoeding op 3 november 2025 was betaald, wat verzoekster bevestigde. Omdat de betaling pas na het indienen van het verzoekschrift op 20 oktober 2025 plaatsvond, werd de procedure voortgezet met als inzet de proceskosten.
De kantonrechter oordeelde dat Labyrint de transitievergoeding verschuldigd was en dat verzoekster terecht de procedure was gestart. Labyrint werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van in totaal € 768,-. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct kan worden uitgevoerd.