ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8384
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H. Schotman
- H.C. Greeuw
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Recht op verblijf en arbeid op grond van het Tractaat tussen Nederland en Zwitserland
Eiseres, een Zwitserse onderdaan die sinds 1993 in Nederland verblijft met een verblijfsvergunning voor studie, verzocht om wijziging van haar verblijfsvergunning naar verblijf op grond van het Tractaat van vriendschap, vestiging en handel tussen Nederland en Zwitserland uit 1875. De Staatssecretaris van Justitie weigerde dit zonder een tewerkstellingsvergunning voor arbeid in loondienst, wat leidde tot bezwaar en beroep bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht de inhoud en achtergrond van het Tractaat en het aanvullende protocol uit 1877. Uit de verdragsgeschiedenis blijkt dat het Tractaat een recht op gelijke behandeling en vrije vestiging biedt aan wederzijdse onderdanen, zonder beperking tot economische activiteiten anders dan in loondienst. Het aanvullende protocol bevestigt dat beperkingen mogelijk zijn op grond van openbare orde, veiligheid en het voorkomen van beroep op de openbare kas.
De rechtbank concludeerde dat het beleid van verweerder, dat Zwitserse onderdanen een tewerkstellingsvergunning moeten hebben voor arbeid in loondienst, niet strookt met het Tractaat. Eiseres had bovendien aangetoond dat zij haar beroep in Nederland uitoefent en niet afhankelijk is van de openbare kas. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bestreden beschikking vernietigd, en verweerder opgedragen binnen veertien weken opnieuw te beslissen rekening houdend met deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en de weigering tot wijziging van haar verblijfsvergunning wordt vernietigd.