ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6517
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige binnentreding en staandehouding in doorgangshuis voor illegalen
Op 22 augustus 2001 werd een vreemdeling staandegehouden in een pand in Amsterdam dat dienstdeed als doorgangshuis voor illegalen. De politie trad het pand binnen zonder voorafgaande legitimatie en zonder expliciete toestemming van de bewoners, in strijd met de Algemene wet op het binnentreden (Awbi).
De rechtbank concludeerde dat de vreemdelingen in het pand als bewoners moesten worden aangemerkt, ondanks dat de hoofdbewoner er niet woonachtig was. De politie had de toegangsdeur geopend nadat een persoon deze had open gelaten en was daarna pas overgegaan tot legitimatie en het bekendmaken van het doel van het onderzoek, wat niet voldoet aan de Awbi.
De rechtbank verwierp het verweer van de Staatssecretaris dat de binnentreding rechtmatig was omdat er een machtiging tot binnentreden aanwezig was, aangezien deze niet werd getoond en de vereiste verslaglegging en controle achteraf ontbraken. Hierdoor werd ook de daaropvolgende staandehouding en bewaring onrechtmatig verklaard.
De rechtbank besloot het beroep van de vreemdeling gegrond te verklaren en de maatregel van bewaring met ingang van 6 september 2001 op te heffen. Een beslissing over schadevergoeding en proceskosten zou later volgen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt opheffing van de maatregel van bewaring wegens onrechtmatige binnentreding.