ECLI:NL:RBSGR:2005:AV4200
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens schending legitimatie- en mededelingsplicht bij binnentreden
Eiser is op 19 december 2005 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank constateerde dat bij het binnentreden door de verbalisanten geen legitimatiebewijs is getoond en het doel van het binnentreden niet is vermeld, wat een schending inhoudt van artikel 1, eerste lid, van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi).
De rechtbank overwoog dat deze schending een essentiële waarborgnorm betreft ter bescherming van de huisvrede en het privéleven. Dit, gecombineerd met het feit dat eiser geen criminele antecedenten heeft en de maatregel niet gebaseerd is op verdenking van misdrijf, veroordeelde de rechtbank de bewaring als onrechtmatig. De bewaring werd opgeheven met ingang van 28 december 2005.
Daarnaast kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €855 voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €644. Verweerder werd in het ongelijk gesteld. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens schending van artikel 1 Awbi en eiser krijgt schadevergoeding en proceskosten toegekend.