ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0294
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J.M. Heijs
- A.A.M. Mollee
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstandsuitkering voor vreemdeling zonder verblijfsvergunning op grond van EVSMB en IVBPR
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of een vreemdeling met de Turkse nationaliteit aanspraak kan maken op een bijstandsuitkering op grond van artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) dan wel de artikelen 1 en 11 van het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand (EVSMB).
De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Den Haag had de bijstandsuitkering van eiser beëindigd omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef zoals bedoeld in de Algemene bijstandswet (Abw). Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij op grond van internationale verdragen recht had op bijstand. De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad waarin werd vastgesteld dat rechtmatig verblijf op grond van artikel 1b van de Vreemdelingenwet niet gelijkstaat aan het beschikken over een verblijfsvergunning zoals bedoeld in het EVSMB.
De rechtbank volgt deze lijn en oordeelt dat het EVSMB geen plicht tot bijstandsverlening oplegt aan deze categorie vreemdelingen. Ook het beroep op artikel 26 IVBPR Pro wordt afgewezen, omdat het onderscheid naar nationaliteit in de Abw gerechtvaardigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering blijft beëindigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de beëindiging van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.