ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1386
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling in politiecel na tiendagentermijn
De vreemdeling is op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld voorafgaand aan een formele asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat deze grondslag onjuist was, maar dat de bewaring niet onrechtmatig is omdat de belangen van de voortzetting in redelijke verhouding staan tot het gebrek.
Ten tijde van de zitting verbleef de vreemdeling al elf dagen in een politiecel, terwijl de tiendagentermijn volgens het Vreemdelingenbesluit 2000 niet overschreden mag worden. Verweerder voerde capaciteitsgebrek aan als reden voor het niet overplaatsen naar een Huis van Bewaring, maar de rechtbank acht dit onvoldoende en oordeelt dat de bewaring in een politiecel niet langer geoorloofd is.
De rechtbank beveelt daarom dat de bewaring voortaan in een Huis van Bewaring moet worden uitgevoerd. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en heropent het onderzoek voor het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank beveelt overplaatsing van de vreemdeling uit de politiecel naar een Huis van Bewaring wegens onrechtmatige voortzetting van bewaring in een politiecel na tien dagen.