ECLI:NL:RBSGR:2003:AJ9968
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.L. Haverkate
- J.K.B. van Daalen
- E.C.M. de Klerk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken concreet procesbelang bij verblijfsvergunning
Eiser, een vreemdeling uit Sierra Leone, had een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd gekregen op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, geldig van 1 juni 2001 tot 1 juni 2004. Hij stelde dat hij procesbelang had bij doorprocederen omdat een eerdere ingangsdatum op grond van de gronden a, b of c van artikel 29 hem Pro voordelen zou bieden, zoals eerder recht op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, wat gunstig zou zijn voor huurwoning, geldlening, werk en naturalisatie.
De rechtbank overwoog dat hoewel vreemdelingen in sommige gevallen aanvullende aanspraken kunnen hebben bij een vergunning op een andere grond dan d, eiser onvoldoende concreet en actueel belang had aangetoond. De enkele verwijzing naar algemene rechtsgevolgen en mogelijke voordelen was onvoldoende om procesbelang aan te nemen.
De rechtbank stelde vast dat het beroep alleen nog ziet op de vraag of verweerder had moeten toetsen of eiser op grond van a, b of c van artikel 29 in Pro aanmerking kwam voor een vergunning met een eerdere ingangsdatum. Dit belang wordt pas actueel als de verleende vergunning wordt ingetrokken, waarna de rechter dit kan beoordelen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een concreet en actueel procesbelang.