ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7729
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over ingangsdatum verblijfsvergunning asiel en procesbelang doorprocederen
Eiser, afkomstig uit Sierra Leone, diende op 23 maart 1999 een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Na aanvankelijke afwijzing werd hem bij besluit van 23 oktober 2001 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend met ingang van 1 juni 2001 op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw 2000, gerelateerd aan het categoriaal beschermingsbeleid.
Eiser stelde dat hem de vergunning met ingang van de datum van aanvraag (23 maart 1999) had moeten worden verleend op een andere grond (a, b of c). Verweerder betwistte het procesbelang van eiser bij doorprocederen voor een andere verleningsgrond dan de d-grond, verwijzend naar eerdere uitspraken van de ABRS.
De rechtbank oordeelde echter dat onverkorte toepassing van het wettelijk systeem het doorprocederen zou verhinderen en zou leiden tot langdurige onzekerheid voor de vreemdeling. Daarom erkende de rechtbank het procesbelang van eiser bij beroep tegen een eerdere ingangsdatum op andere gronden dan de d-grond.
Omdat de bestreden beslissing geen motivering bevatte over de weigering van verlening op de a-, b- of c-grond met een eerdere ingangsdatum, werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de ingangsdatum betreft. Verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de ingangsdatum van de verblijfsvergunning betreft.