ECLI:NL:RBSGR:2010:BM7562
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.T.H. Zimmerman
- M. de Rooij
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning wegens toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
Eiser kreeg in 2004 een verblijfsvergunning regulier verleend op grond van tijdsverloop in de asielprocedure. Deze vergunning werd in 2005 ingetrokken vanwege onjuiste en onvolledige gegevens over zijn werkzaamheden onder het regime van Saddam Hoessein, waarbij toepassing werd gegeven aan artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. In eerdere asielprocedures is onherroepelijk vastgesteld dat deze toepassing terecht was.
Eiser voerde onder meer aan dat hij door de intrekking in zijn gezinsleven en privéleven wordt geschaad en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel is geschonden. De rechtbank oordeelt dat eiser geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan de verleende vergunning, mede omdat expliciet was medegedeeld dat het 1(F)-onderzoek tot intrekking kan leiden. De procedure biedt geen ruimte om de toepassing van artikel 1(F) opnieuw te beoordelen.
De rechtbank stelt vast dat de inmenging in het gezinsleven gerechtvaardigd is vanwege het belang van de openbare orde en nationale veiligheid. Hoewel eiser duurzaam beschermd wordt tegen uitzetting op grond van artikel 3 EVRM Pro, zijn er geen bijzondere omstandigheden die het onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.