ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ2570
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.Th. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens en niet-nakoming inlichtingenplicht
Eiseres ontving bijstand tot 1 juli 2004, waarna verweerder de bijstand introk en terugvorderde wegens een hoog saldo op een gezamenlijke bankrekening die mede op naam van eiseres stond. Eiseres voerde aan dat slechts de helft van het saldo aan haar toebehoorde en dat zij dubbel werd gestraft. Verweerder stelde dat het gehele saldo tot het vermogen van eiseres behoorde en dat zij tekortschietend was in haar informatieplicht.
De rechtbank oordeelde dat het saldo op de bankrekening een bestanddeel van het vermogen van eiseres vormde, omdat zij over het gehele tegoed kon beschikken. De lening die eiseres had afgesloten deed hieraan niet af. De rechtbank vond dat verweerder terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd over de perioden waarin het vermogen boven de vermogensgrens lag. Ook voor de periode waarin het saldo contant was opgenomen, maar eiseres geen verifieerbare informatie gaf over de besteding, was intrekking en terugvordering terecht.
Ten aanzien van de opgelegde maatregel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid stelde de rechtbank vast dat geen gronden waren aangevoerd om de maatregel onredelijk te achten, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de maatregel niet-ontvankelijk.