ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2033
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vink
- T. van Rij
- A.J.M. Arends
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van borgstelling in familieverband en ongebruikelijke terbeschikkingstelling
Eiser stelde zich borg voor een lening van een vennootschap van zijn schoonzoon en betaalde na faillissement de borgsom aan de bank. Hij vorderde fiscaal een negatief resultaat wegens oninbaarheid van de regresvordering. Verweerder verwierp dit, stellende dat de regresvordering pas bij betaling ontstond en niet ongebruikelijk was.
De rechtbank onderzocht of sprake was van een maatschappelijk ongebruikelijke terbeschikkingstelling in het kader van artikel 3.92 Wet IB 2001. De borgstelling werd beoordeeld binnen de familiecontext en de voorwaarden waaronder deze werd aangegaan. De regresvordering ontstaat fiscaal pas na betaling van de borg aan de bank.
De rechtbank concludeerde dat de borgtocht en kredietfaciliteit zakelijk en gebruikelijk waren, mede gezien de familierelatie. Het ontbreken van een borgstellingsprovisie werd niet als ongebruikelijk aangemerkt. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.