ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9736
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting naar China
Eiseres, een Chinese vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd op 17 juli 2008 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Zij stelde dat er geen objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf was en dat er geen uitzicht was op uitzetting omdat de Chinese autoriteiten sinds april 2007 geen laissez-passer (LP) meer verstrekken.
De rechtbank overwoog dat de staandehouding plaatsvond binnen de algemene politietaken en dat het verzoek om legitimatie niet werd ingewilligd, wat een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleverde. Verweerder stelde dat eiseres actieve medewerking moest verlenen om haar identiteit vast te stellen en uitzetting te bespoedigen.
De rechtbank constateerde echter dat er sinds mei 2008 geen LP’s meer werden afgegeven, ook niet aan vreemdelingen met verlopen paspoorten, en dat het overleg tussen Nederlandse en Chinese autoriteiten geen resultaat had opgeleverd. Hierdoor was er geen reëel zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.
Gezien deze omstandigheden verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring, kende een schadevergoeding van € 1.430,- toe aan eiseres en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding van € 1.430,- wordt toegekend.