ECLI:NL:RVS:2008:BD9574
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting van Chinese vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die de vreemdelingenbewaring van een Chinese vreemdeling heeft opgeheven. De rechtbank oordeelde dat er geen zicht was op uitzetting omdat de Chinese autoriteiten geen laissez-passer verstrekten sinds 2007, wat volgens de rechtbank een theoretische kans op uitzetting opleverde.
De Raad van State overweegt dat ondanks het ontbreken van laissez-passer, de vreemdeling verplicht is volledige medewerking te verlenen aan het verkrijgen van documenten die nodig zijn voor uitzetting. De staatssecretaris heeft aangetoond maximale diplomatieke inspanningen te leveren om de terugname door China te realiseren. De vreemdeling heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die hem zouden vrijstellen van deze medewerkingsplicht.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af. De inbewaringstelling wordt geacht rechtmatig te zijn, ondanks een onjuiste vermelding in het proces-verbaal over eerdere bewaring. Er is geen sprake van discriminatie.
De uitspraak bevestigt dat zicht op uitzetting niet ontbreekt zolang de vreemdeling niet meewerkt en de overheid maximale inspanningen verricht. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.