ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0146
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over loon uit dienstbetrekking volgens evenredigheidsmethode
Eiser, een Amerikaanse belastingplichtige die in Nederland werkte tot 20 september 2002, betwistte de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2002. De kern van het geschil betrof de berekening van het binnenlandse inkomen, met name de toerekening van reisdagen, vakantie- en ziektedagen, en de bijtelling voor privégebruik van de auto.
De rechtbank stelde vast dat de evenredigheidsmethode, zoals ontwikkeld in het nieuwe arrest van de Hoge Raad, toegepast moet worden op de aanslag omdat deze nog niet onherroepelijk was bij het wijzen van dat arrest. De reisdagen mogen niet worden toegerekend aan Nederland omdat er op die dagen niet daadwerkelijk in Nederland werd gewerkt. De bijtelling voor privégebruik van de auto behoort wel tot de grondslag van het binnenlandse inkomen.
De rechtbank verwierp de beroepen op het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel omdat de Hoge Raad de werking van het nieuwe arrest niet in tijd heeft beperkt en er geen sprake was van een beleidsmatig vertrouwen. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 43.888. De heffingsrente werd gehandhaafd, en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 43.888.