ECLI:NL:HR:1997:AA3266
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Berekening vrijstelling dubbele belasting bij deeltijdarbeid en buitenlandse dienstreizen
Belanghebbende was in 1988 voor 70% van de werktijd in dienst bij een stichting en maakte drie dienstreizen naar Venezuela en Iran, in totaal 19 dagen inclusief vier weekenddagen. De vraag was hoe het buitenlandse onzuivere inkomen moet worden berekend voor de vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting.
Het hof had de breuk voor de berekening gesteld op 19/255, waarbij 255 was afgeleid van 365 kalenderdagen vermenigvuldigd met 70% werktijd. De Hoge Raad oordeelt dat dit onjuist is omdat het Besluit vereist dat alleen dagen waarop daadwerkelijk arbeid wordt verricht in het buitenland meetellen.
De Hoge Raad volgt de stelling dat de noemer moet bestaan uit het aantal normale werkdagen, gesteld op 261 kalenderdagen minus weekenddagen, ongeacht individuele omstandigheden zoals ziekte of vakantie. Omdat in de teller weekenddagen waren meegeteld, moeten deze ook in de noemer worden opgenomen.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bepaalt dat de aanslag moet worden verminderd met f. 1.734,--. Tevens veroordeelt hij de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en griffierecht. Dit arrest verduidelijkt de juiste wijze van berekening van de vrijstelling bij deeltijdarbeid en buitenlandse werkzaamheden.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd met f. 1.734,-- en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.