ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0156
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting Chinese vreemdeling
De Staatssecretaris van Justitie legde op 21 april 2008 aan eiser, een Chinese vreemdeling, de maatregel van bewaring op met het oog op uitzetting. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring. De rechtbank toetste of het voortduren van de bewaring gerechtvaardigd was, gezien de afwezigheid van concrete toezeggingen van de Chinese autoriteiten omtrent uitzetting.
Verweerder voerde aan dat diplomatieke inspanningen, waaronder overleg op hoog niveau en een gepland bezoek van de minister-president aan China, zicht op uitzetting binnen redelijke termijn boden. Echter, de rechtbank concludeerde op basis van de pleitnota en beantwoording van vragen dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat uitzetting binnen redelijke termijn mogelijk was. De Chinese autoriteiten verstrekken sinds april 2007 geen laissez passers meer, en er was geen concreet resultaat of toezegging bereikt.
De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de bewaring onrechtmatig was en beval onmiddellijke opheffing. Tevens kende de rechtbank aan eiser een schadevergoeding toe van €6.100,- voor onrechtmatige bewaring vanaf 7 juni 2008 tot en met 1 september 2008. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ad €322,-. Tegen deze uitspraak zijn geen rechtsmiddelen mogelijk.
Uitkomst: Bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.