ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3951
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting China
Eiseres, een Chinese onderdaan, werd op 7 oktober 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van een geldig identiteitsdocument en het ontbreken van zicht op uitzetting naar China. Zij stelde beroep in tegen deze maatregel en betoogde dat er geen zicht op uitzetting bestond en dat de maatregel onrechtmatig was.
De rechtbank overwoog dat hoewel op 8 september 2008 een laissez passer (lp) was afgegeven na diplomatiek overleg, dit een incidentele opleving betrof en niet duidde op een structurele wijziging in de houding van de Chinese autoriteiten. Verweerder kon niet aantonen dat er zicht was op uitzetting op korte termijn. Daarom ontbrak het vereiste zicht op uitzetting ten tijde van de zitting op 21 oktober 2008.
De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel daardoor in strijd was met de wet en verklaarde het beroep gegrond. De bewaring werd opgeheven met ingang van 24 oktober 2008. Tevens werd eiseres een schadevergoeding toegekend van €240 voor de onrechtmatige bewaring en werden de proceskosten van €644 aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van eiseres wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting naar China.