ECLI:NL:RBSGR:2008:BF9073
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar China
Eiser, van Chinese nationaliteit, is op 15 juli 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij betoogde dat er geen zicht op uitzetting naar China is omdat hij ongedocumenteerd zou zijn, verwijzend naar eerdere jurisprudentie waarin aan ongedocumenteerde Chinese vreemdelingen geen laissez passer werd verstrekt.
Tijdens het vertrekgesprek verklaarde eiser eerst dat hij een geldig paspoort heeft dat bij de Chinese ambassade ligt, maar herzag dit later en stelde dat hij slechts een aanvraag had ingediend. De Chinese autoriteiten reageerden niet op navraag van verweerder over het paspoort. De rechtbank oordeelt dat niet vaststaat dat eiser ongedocumenteerd is en dat zijn verklaring over het paspoort meer gewicht verdient.
Verweerder toonde aan dat er op hoog niveau contacten zijn met de Chinese autoriteiten en recentelijk nog een laissez passer is afgegeven aan een ongedocumenteerde vreemdeling, wat zicht op uitzetting bevestigt. De rechtbank concludeert dat er voldoende zicht op uitzetting bestaat en dat voortzetting van de bewaring niet onredelijk is.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat dit alleen kan worden toegewezen bij opheffing van de bewaring, wat niet het geval is. De rechtbank wijst het beroep ongegrond en verwerpt het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.