ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0579
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige arbeid wegens strijd met artikel 41 Aanvullend Protocol
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van Turkse vreemdelingen tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning om als zelfstandige in Nederland te werken. De Staatssecretaris van Justitie had de aanvragen afgewezen op grond van het criterium van wezenlijk Nederlands belang, waarbij een restrictievere invulling sinds 1973 werd gehanteerd.
De rechtbank oordeelde dat uit een brief van de Minister van Economische Zaken bleek dat het criterium wezenlijk Nederlands belang sinds 1 januari 1973 in de adviespraktijk van de Minister gewijzigd en aangescherpt was, waardoor het voor Turkse vreemdelingen moeilijker is geworden zich in Nederland te vestigen voor zelfstandige arbeid. Dit is in strijd met artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de EEG en Turkije, dat nieuwe beperkingen na 1973 verbiedt.
De rechtbank stelde vast dat de Staatssecretaris onvoldoende onderzoek en motivering had verricht om aan te tonen dat het beleid niet in strijd was met dit artikel. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen nader onderzoek te verrichten of de wijziging van het criterium wezenlijk Nederlands belang daadwerkelijk een aanscherping inhoudt en of de aanvragen bij toepassing van de criteria van 1973 zouden zijn ingewilligd.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens strijd met artikel 41 van het Aanvullend Protocol.