ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5417
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese nationaliteit bezittende vreemdeling, werd op 9 november 2008 in bewaring gesteld door de Staatssecretaris van Justitie. Hij stelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat er geen zicht was op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn. Hoewel de Chinese autoriteiten op 8 september en 21 oktober 2008 laissez passers hadden verstrekt, was volgens de rechtbank onvoldoende gebleken dat dit het gevolg was van een structurele verandering in de wijze waarop China aanvragen voor laissez passers behandelt.
De rechtbank overwoog dat de Staatssecretaris onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd dat de afgifte van laissez passers een gewijzigde gedragslijn van de Chinese autoriteiten weerspiegelde. In navolging van eerdere uitspraken werd geconcludeerd dat geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestond, waardoor de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was.
De maatregel van bewaring werd per 20 november 2008 opgeheven. Daarnaast werd aan eiser een schadevergoeding toegekend van €1.005,- voor de onrechtmatige bewaring, verdeeld over vijf dagen politiecel en zes dagen huis van bewaring. De Staat werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ad €644,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open, met uitzondering van het schadevergoedingsbesluit.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring werd opgeheven wegens onrechtmatigheid en aan eiser werd schadevergoeding toegekend.