ECLI:NL:RBSGR:2009:BH0117
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O.A.P. van der Roest
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken binnenlands gewapend conflict in Noord-Irak
Eiser, een Iraakse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen. De rechtbank toetste het bestreden besluit waarbij verweerder stelde dat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigden.
Eiser voerde aan dat in de provincie Dohuk sprake was van een binnenlands gewapend conflict zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, en dat dit een relevante wijziging van recht vormde. De rechtbank onderzocht of ten tijde van het bestreden besluit en tijdens de rechterlijke beoordeling een dergelijk conflict bestond.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet had aangetoond dat er ten tijde van het besluit sprake was van een binnenlands gewapend conflict of dat hij gevolgen ondervond van een elders bestaand conflict in Irak. Hoewel eiser stukken overlegde die een georganiseerde gewapende groep met verantwoordelijk bevel toonden, was dit onvoldoende om het bestaan van een binnenlands gewapend conflict aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn geen relevante wijziging van recht voor eiser vormde en dat de aangevoerde nieuwe feiten en omstandigheden niet konden leiden tot een hernieuwde beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat geen binnenlands gewapend conflict in Dohuk is aangetoond.