ECLI:NL:RVS:2008:BF2995
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling niet onder reikwijdte artikel 15c richtlijn wegens ontbreken binnenlands gewapend conflict in provincie Dohuk
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die op 18 december 2006 werd afgewezen door de minister. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat een hernieuwde toetsing door de bestuursrechter slechts mogelijk is bij nieuw gebleken feiten, veranderde omstandigheden of relevante wijzigingen in het recht. De vreemdeling stelde dat artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn een relevante wijziging van het recht vormde, omdat in zijn provincie Dohuk sprake zou zijn van een binnenlands gewapend conflict.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat uit de overgelegde rapporten en ambtsberichten niet blijkt dat ten tijde van het besluit sprake was van een binnenlands gewapend conflict in de provincie Dohuk. Ook de latere militaire operaties in februari 2008 waren niet relevant voor het besluit van december 2006. De vreemdeling had geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.