ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1634
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning op grond van Dublin-verordening wegens verantwoordelijkheidsverdeling met Griekenland
Eisers, allen van Irakese nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder heeft deze aanvragen afgewezen op grond van de Dublin-verordening (Vo 343/2003), die bepaalt dat Griekenland verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoeken.
Eisers stelden dat Griekenland zijn internationale verplichtingen niet nakomt, onder meer omdat zij via Turkije naar Griekenland zijn gereisd, daar niet de mogelijkheid kregen een asielverzoek in te dienen en mogelijk werden teruggezonden naar Turkije. Zij verwezen ook naar een interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag aannemen dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen nakomt tenzij concrete feiten het tegendeel aannemelijk maken. De aangevoerde documenten en verklaringen boden geen voldoende concrete aanwijzingen dat Griekenland de verplichtingen niet nakomt of dat eisers opnieuw naar Turkije zouden worden teruggezonden.
Het betoog dat de omstandigheden van asielzoekers in Griekenland op zichzelf strijdig zijn met artikel 3 EVRM Pro faalt, omdat hierover bij de Griekse autoriteiten geklaagd moet worden. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van verblijfsvergunningen worden ongegrond verklaard omdat Griekenland verantwoordelijk is voor de asielprocedure en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.