ECLI:NL:RVS:2008:BG8478
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over non-refoulement en interstatelijk vertrouwensbeginsel bij overplaatsing naar Griekenland
De staatssecretaris van Justitie wees een asielaanvraag van de vreemdeling af op grond van de Dublin-verordening, waarbij Griekenland als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen tot non-refoulement jegens de vreemdeling niet zou nakomen.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende concrete en specifieke feiten had aangevoerd om de presumptie te weerleggen dat Griekenland zijn internationale verplichtingen naleeft. De algemene rapporten en stukken over de Griekse asielprocedure boden geen aanwijzingen dat Griekenland daadwerkelijk de refoulementverboden zou schenden jegens vreemdelingen die op grond van de Dublin-verordening worden overgedragen.
De Raad stelde dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat de staatssecretaris niet zonder nader onderzoek het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan toepassen. Nu de vreemdeling dit niet voldoende had gedaan, was de rechtbank ten onrechte tot haar oordeel gekomen. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de staatssecretaris niet onredelijk had gehandeld door geen humanitaire uitzondering toe te passen en dat het niet nodig was om te beoordelen of de vreemdeling aanspraak kon maken op een verblijfsvergunning op grond van bijzondere omstandigheden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 29 december 2008 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.