ECLI:NL:RVS:2004:AQ9845
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing opheffing ongewenstverklaring vreemdeling met EU-burgerschap
Appellant, een Belgische staatsburger woonachtig in Lanaken, had verzocht om opheffing van zijn ongewenstverklaring, welke door de Staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen toepassing gaf aan het gemeenschapsrecht, met name de rechten voortvloeiend uit het EG-Verdrag, waaronder het recht op verblijf als EU-burger. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank had moeten onderzoeken of de minister het gemeenschapsrecht had gerespecteerd bij de afwijzing.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de criteria voor het ontzeggen van verblijf aan EU-burgers ter bescherming van de openbare orde.
De Afdeling reserveerde de beslissing over proceskosten tot de einduitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het griffierecht voor het hoger beroep aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van het EU-recht.