ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2173
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet-overschrijding redelijke termijn in asielprocedure
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die aanvankelijk werd afgewezen. Na beroep werd het besluit vernietigd en moest verweerder opnieuw beslissen. Eiser verzocht later om schadevergoeding wegens het ten onrechte onthouden van opvang en het mislopen van overheidsvoorzieningen, alsmede immateriële schade door de duur van de procedure.
De rechtbank overweegt dat het relativiteitsvereiste vergoeding van materiële schade als gevolg van het besluit in de weg staat, omdat het recht op een verblijfsvergunning niet strekt tot bescherming van vermogensrechtelijke belangen zoals bijstandsuitkeringen. Voor immateriële schade door de inhoud van het besluit is geen vergoeding mogelijk zonder aantasting van de persoon, hetgeen niet aannemelijk is gemaakt.
Ten aanzien van de immateriële schade door de duur van de procedure stelt de rechtbank dat de totale behandelingstermijn van circa tweeënhalf jaar niet onredelijk is, mede gelet op de complexiteit, het procesverloop en het gedrag van eiser. De rechtbank concludeert dat de redelijke termijn niet is overschreden en wijst het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens niet-overschrijding van de redelijke termijn en het relativiteitsvereiste.