ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6302
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in asielprocedure
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende in 2001 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Na meerdere procedures en vernietigingen van besluiten door de rechtbank werd uiteindelijk in 2006 een verblijfsvergunning verleend. Eiser stelde dat de procedure onrechtmatig lang duurde en vorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn in asielprocedures in beginsel wordt overschreden indien de procedure langer dan vier jaar duurt, waarbij het moment van indiening van de zienswijze tegen het voornemen tot afwijzing als aanvang wordt genomen. De totale duur van ruim vier jaar en drie maanden was dus een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan twee jaar.
De rechtbank stelde vast dat een deel van de overschrijding (zeven maanden) aan de rechter kan worden toegerekend vanwege overschrijding van de behandelingstermijn van het beroep, en het overige deel (één jaar en acht maanden) aan het bestuursorgaan. Eiser werd een schadevergoeding van € 2.500 toegekend, waarvan € 1.750 ten laste van verweerder en € 750 ten laste van de Staat. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De rechtbank verwierp de vorderingen tot vergoeding van materiële en immateriële schade wegens het relativiteitsvereiste en onvoldoende onderbouwing van psychisch letsel, maar erkende vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het schadevergoeding betrof.
Uitkomst: De rechtbank kent eiser een schadevergoeding toe van € 2.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de asielprocedure.