ECLI:NL:RBSGR:2009:BI6192
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- L. de Loor-Alwin
- J.M. Vink
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie en navordering bij exploitatie raamprostitutiebedrijf
Eiseres exploiteerde een raamprostitutiebedrijf in Den Haag en voerde in haar belastingaangiften niet de volledige winst uit onderneming op, maar beperkte zich tot beheervergoedingen. Verweerder legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op wegens onjuiste aangiften en vermeende kwade trouw.
De rechtbank stelde vast dat de werkzaamheden van eiseres en haar rol als exploitant verder gingen dan normaal vermogensbeheer en kwalificeerden als drijven van een onderneming. De onderneming werd voor haar rekening en risico gedreven, ondanks haar stelling dat dit voor rekening van haar vader was. Eiseres slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
De rechtbank oordeelde dat navordering over de jaren 2000-2003 terecht was vanwege kwade trouw van de gemachtigde van eiseres, welke aan eiseres werd toegerekend. De hoogte van de navorderingsaanslagen werd grotendeels bevestigd, met correcties voor 2000 en 2001. De vergrijpboetes werden vernietigd omdat verweerder onvoldoende aannemelijk maakte dat eiseres zelf (voorwaardelijk) opzet of grove schuld had. De beroepen tegen de heffingsrente werden gegrond voor zover deze verband hielden met de vermindering van de aanslagen.
Tot slot werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres en werd het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen IB/PVV en WAZ bevestigd, boetes vernietigd, proceskosten toegewezen.