ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5464
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Somaliland
De Staatssecretaris van Justitie legde op 23 juli 2009 een maatregel van vreemdelingenbewaring op aan eiser, een Somalische vreemdeling, op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
Ter zitting stelde verweerder dat een Memorandum of Understanding (MOU) tussen Nederland en Somaliland de mogelijkheid tot gedwongen uitzetting naar Somaliland biedt. Eiser betwistte dit en verweerder overhandigde het MOU niet aan de rechtbank. De rechtbank stelde vast dat het zicht op uitzetting naar Somaliland ontbrak, mede omdat eiser niet vrijwillig wenst terug te keren en verweerder niet aannemelijk maakte dat gedwongen uitzetting mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring van meet af aan niet gerechtvaardigd was en dat de bewaring plaatsvond voor een ander doel dan uitzetting. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bewaring met onmiddellijke ingang opgeheven en een schadevergoeding van €1.545 toegekend voor onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent schadevergoeding toe wegens ontbreken zicht op uitzetting.