ECLI:NL:RVS:2009:BK2267
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zicht op uitzetting naar Somaliland op basis van MoU
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of er zicht was op uitzetting naar Somaliland. De staatssecretaris had een Memorandum of Understanding (MoU) met de autoriteiten van Somaliland gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over de gedwongen terugkeer van vreemdelingen. De luchtvaartmaatschappijen Daallo Airlines en African Express Airways hadden aangegeven vreemdelingen ook bij gedwongen terugkeer te willen vervoeren.
De vreemdeling voerde aan dat het MoU geheim was en dat de staatssecretaris onvoldoende informatie had verstrekt. De Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank terecht had geconcludeerd dat er zicht op uitzetting bestond, mede omdat de staatssecretaris het MoU onder geheimhouding had overgelegd en voldoende inzicht had gegeven in het uitzettingstraject.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 26 oktober 2009.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat er zicht is op uitzetting naar Somaliland en verklaart het hoger beroep ongegrond.