ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6326
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting naar Somaliland bij maatregel vreemdelingenbewaring
De zaak betreft een beroep van een Somalische vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat er geen zicht was op uitzetting naar Somalië, waardoor de bewaring onrechtmatig zou zijn en verzocht tevens om schadevergoeding.
Verweerder stelde dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Noord-Somalië, specifiek Somaliland, mede op basis van een recent gesloten Memorandum of Understanding (MOU) tussen Nederlandse autoriteiten en de Somalilandse overheid. Dit MOU regelt onder meer de mogelijkheid van gedwongen terugkeer, ook van vreemdelingen zonder documenten, en de bereidheid van luchtvaartmaatschappijen om gedwongen terugkeer te faciliteren.
De rechtbank concludeerde dat de informatie over het MOU en de afspraken met Somaliland voldoende concreet en gedetailleerd was om te stellen dat er zicht is op uitzetting binnen afzienbare termijn. De eerdere jurisprudentie waarin dit werd betwijfeld, was gebaseerd op minder concrete informatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.M. Schothorst op 27 augustus 2009 en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.