ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9006
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige arbeid Turkse vreemdelingen
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van Turkse vreemdelingen tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning om in Nederland als zelfstandige te werken. De Staatssecretaris van Justitie had de aanvragen afgewezen op grond van het criterium 'wezenlijk Nederlands belang', waarbij werd gesteld dat dit criterium sinds 1973 niet strenger werd toegepast.
Eiser stelde dat het criterium sinds 1973 wel degelijk strenger wordt gehanteerd, wat in strijd zou zijn met artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de EEG en Turkije. De rechtbank nam een brief van de Minister van Economische Zaken van 19 mei 2009 in overweging, waaruit bleek dat de invulling van het criterium wezenlijk Nederlands belang door de jaren heen is aangescherpt en veranderd.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en niet deugdelijke was gemotiveerd, omdat niet was onderzocht of het toelatingsbeleid sinds 1973 in ongunstige zin was gewijzigd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen nader onderzoek te verrichten. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet nader onderzoek doen naar de aanscherping van het toelatingsbeleid sinds 1973.